Van alle leraren klassieke talen bij een middelbare scholengemeenschap wordt de leeftijd genoteerd in een tabel.
$$\newcommand\Docent{\Rule{0pt}{1em}{.3em}} \begin{array}{c|c|c|c} \mbox{Docent} & \mbox{Tina} & \mbox{Mirjam} & \mbox{Henk} & \mbox{Guusje} & \mbox{Theo} & \mbox{Robert-Paul} & \mbox{Dieni} & \mbox{Helen} & \mbox{Sandrien} \\\hline \mbox{Leeftijd} & 35 & 41 & 45 & 48 & 50 & 51 & 52 & 58 & 60 \end{array}$$
a. Wat is de mediaan?
b. Ervan uitgaande dat de mediaan niet mee doet, welke leraren vallen er dan in de jongste 25%? En in de oudste 25%?
c. Teken een boxplot voor deze verdeling.
Uitwerking
a. Het middelste getal van de reeks van 9 leraren, is de 5e docent. Dit is hier dus de mediaan. Hier is dat Theo en die is 50. De mediaan ligt dus bij 50.
b. In totaal zijn het 9 leraren, de 5e docent is de mediaan. Aan weerszijden van de mediaan zijn nog 4 docenten, elke 4 vormen 50%. De helft van die 50% is 2 docenten. Dus de jongste 25% zijn de 2 jongste leraren: Tina en Mirjam. Hetzelfde geldt voor de oudste 25%. Dit zijn de 2 oudste leraren: Helen en Sandrien.
c. Bepaal Q1 en Q3: $$Q1=\frac{41+45}{2}=43$$ en $$Q3=\frac{52+58}{2}=55$$. Verwerk deze waarden in een boxplot. Zie de afbeelding "Leraren".